Intune MAM voor Microsoft-apps op iOS en iPadOS
Zo maak je in Intune een App Protection Policy voor Outlook, Teams en OneDrive op persoonlijke iPhones en iPads, zonder het toestel te beheren.
- Onderwerp: Intune
- Platform: iOS/iPadOS
10 min lezenNieuw

Een medewerker opent op zijn iPhone een link uit een sms, of verbindt in de trein met een open wifi-netwerk. Dat apparaat heeft toegang tot zakelijke mail en bestanden, maar zonder extra bescherming weet je als beheerder niet of het risico loopt.
Microsoft Defender for Endpoint is de Mobile Threat Defense (MTD)-oplossing van Microsoft voor iOS en Android, en werkt samen met Microsoft Intune. In deze blogpost lees je hoe je iOS-apparaten met zo weinig mogelijk handwerk van de gebruiker in Defender for Endpoint onboardt, zowel supervised als unsupervised met Device Enrollment, en hoe je het risiconiveau van een apparaat gebruikt in compliance en App Protection Policies.
Defender for Endpoint op iOS en Android beschermt mobiele apparaten met onder andere:
Op een unsupervised apparaat gebruikt Web Protection een lokale VPN. Die stuurt geen verkeer buiten het apparaat. Op een supervised apparaat kan een Control Filter-profiel die rol overnemen, zodat er geen VPN nodig is.
💡 Let op: zero-touch onboarding werkt niet op apparaten die zonder gebruikersaffiniteit zijn ingeschreven, zoals gedeelde apparaten, en ook niet bij Apple User Enrollment.
De koppeling tussen beide diensten stel je één keer per tenant in. Zie Configure Microsoft Defender for Endpoint with Intune.
Sla deze stap over als je de app al als volume-purchased app (VPP) uitrolt.
Met zero-touch onboarding zet Intune een VPN-profiel op het apparaat waardoor Defender for Endpoint zich op de achtergrond activeert. Voor supervised apparaten gebruik je de volgende sectie.
127.0.0.1com.microsoft.scmxSilentOnboard toe met de waarde True. Mogen gebruikers de VPN in de app aan- en uitzetten, voeg dan ook EnableVPNToggleInApp met True toe.De schermafbeelding hieronder is een voorbeeldconfiguratie. Er staan instellingen in die de stappen hierboven niet aanraden, zoals de extra key SingleSignOn en Block users from disabling automatic VPN op Not configured. De on-demand rule heet daarin nog Connect VPN; Microsoft noemt die actie nu Establish VPN.
Zodra het apparaat het profiel heeft, wordt Defender for Endpoint op de achtergrond geactiveerd. Microsoft noemt tot vijf minuten voor die stap.
Op een supervised apparaat levert een Control Filter-profiel Web Protection zonder lokale VPN. Daarvoor heb je twee onderdelen nodig: een app configuration policy en een custom profiel.
issupervised{{issupervised}}.mobileconfig-bestand.💡 Let op: het Control Filter-profiel werkt niet samen met Always-On VPN. iOS laat bovendien maar één apparaatbrede VPN tegelijk actief zijn. Gebruikt je organisatie Always-On VPN, dan moet je dus kiezen.
Met een app configuration policy voor managed devices stuur je de instellingen van Defender for Endpoint aan. Gebruik dezelfde stappen als hierboven (Apps > Configuration > Create > Managed devices, app Microsoft Defender: Security) en voeg de sleutels toe die je nodig hebt. Een paar voorbeelden uit de documentatie van de iOS-functies:
| Sleutel | Type | Wat het doet |
|---|---|---|
WebProtection |
String | false zet Web Protection uit; standaard staat het aan |
DefenderNetworkProtectionEnable |
String | false zet Network Protection uit; standaard staat het aan |
DefenderOpenNetworkDetection |
Integer | Herkenning van open wifi: 0 uit, 1 audit, 2 aan (standaard) |
DefenderDeviceTag |
String | Zet een apparaattag die in de Defender portal verschijnt. Vanuit Intune werkt maar één tag, de gebruiker moet de app openen en het kan tot 18 uur duren voordat de tag zichtbaar is |
DefenderFeedbackData |
Boolean | false haalt de optie weg om in de app feedback naar Microsoft te sturen |
De schermafbeelding hieronder is een voorbeeldconfiguratie met meer sleutels en andere waarden dan de tabel aanraadt. Zo staat DefenderOpenNetworkDetection op 1 (audit), en SuppressOSUpdateNotification heeft sinds eind juli 2026 geen effect meer, omdat Defender die meldingen niet meer stuurt.
Neem de schermafbeelding dus niet één op één over: DefenderExcludeURLInReport staat daar bijvoorbeeld als String, terwijl Microsoft Boolean voorschrijft.
Op supervised apparaten met het Control Filter heeft WebProtection geen effect. Daar zet je Web Protection uit door het Control Filter-profiel te verwijderen.
Met een compliance policy markeer je een apparaat met te veel risico als niet-compliant. De toegang wordt pas geblokkeerd als een Conditional Access-beleid een compliant apparaat vereist. Microsoft raadt aan zo’n beleid eerst in Report-only te zetten en de resultaten te bekijken voordat je het aanzet. Hoe je dat beleid opzet, lees je in Sterkere security met Conditional Access: MDM en compliance vereist.
Onder Device Health staat ook Require the device to be at or under the Device Threat Level. Die instelling gebruikt het oordeel van een gekoppelde Mobile Threat Defense-dienst. Microsofts Intune-handleiding voor Defender for Endpoint gebruikt de instelling machine risk score; die volgt deze blogpost.
Een App Protection Policy werkt op apparaten die wel en niet in Intune zijn ingeschreven. Ook voor apparaten die niet in Intune zijn ingeschreven kun je zo het risico van Defender for Endpoint gebruiken. Zulke apparaten krijgen Defender via een aparte procedure, Defender for Endpoint op iOS met MAM; de stappen voor zero-touch, het VPN-profiel en het Control Filter gelden daar niet. De gebruiker registreert het apparaat in Microsoft Authenticator met hetzelfde werk- of schoolaccount als in de Defender-app, en installeert Defender zelf uit de App Store als een beschermde app daarom vraagt.
Op een unsupervised apparaat met zero-touch installeert Intune de app en het VPN-profiel, en krijgt de gebruiker een melding van Microsoft Defender. Volgens Microsoft moet de gebruiker soms toch zelf inloggen in de app, bijvoorbeeld na een wachtwoordwijziging of een MFA-prompt. In Settings > General > VPN staat daarna een VPN met de naam Microsoft Defender for Endpoint.
Op een supervised apparaat met het Zero touch Control Filter komt er geen VPN-profiel op het apparaat. Privacy-instellingen in de app zijn daar niet zichtbaar voor de gebruiker; die bepaal je als beheerder.
Network Protection start pas nadat de gebruiker de Defender-app één keer heeft geopend, ook bij zero-touch.
Wil je controleren of Web Protection werkt, open dan op een onboard apparaat https://smartscreentestratings2.net. Microsoft gebruikt die testpagina om te laten zien dat een phishingsite wordt geblokkeerd. Leg gebruikers uit wat een melding van Defender betekent, zodat ze die niet wegklikken.
📚 Meer lezen: Deploy Microsoft Defender for Endpoint on iOS with Microsoft Intune.
Met de koppeling tussen Intune en Defender for Endpoint en een VPN- of Control Filter-profiel onboard je iOS-apparaten grotendeels zonder handwerk van de gebruiker; soms moet die nog zelf inloggen in de app, en voor Network Protection moet de app één keer geopend zijn. Een compliance policy op de machine risk score markeert apparaten met te veel risico, en een Conditional Access-beleid dat een compliant apparaat vereist, blokkeert vervolgens de toegang. Kies per type apparaat de juiste methode: zero-touch met VPN voor unsupervised apparaten met Device Enrollment, het Control Filter voor supervised. Gedeelde apparaten en Apple User Enrollment vallen buiten zero-touch.